dinsdag 17 juni 2014

kleine diertjes in onze schooltuin.

Maandag is een extra rustdag, Pinkstermaandag is een feestdag, helaas moeten we dan thuis blijven, de schoolpoort blijft gesloten.

Dinsdag vertelt juf het verhaal van Mienie en Piepke de muisjes die allerlei avonturen beleven.
De muizenvriendjes willen bloemen plukken, maar dat vinden de insecten geen goed idee, zij halen immers hun eten uit de bloemen.  
De bijen hebben een angel, zij kunnen prikken, dus gaan zij de muisjes ten aanval om duidelijk te maken dat je de bloemen beter kan laten staan.



Wij knutselen een bij, we schilderen een stevige rol, helemaal geel.

Foto's van deze dag zijn er niet, de batterij van het fototoestel was helemaal leeg...

Woensdag gaan we op natuuronderzoek.
De helpende hand neemt het bijenzakje met het onderzoeksmateriaal mee naar buiten.


spiegels, vergrootglazen, onderzoekspotjes met vergrootglas en ons grote insectenmandje, dat zijn onze 'wapens'


Rover vindt meteen mieren, hij wist ze zitten, want als Rover 's avonds nog even moet wachten om naar huis te gaan, maakt hij altijd een studie van de mier, hij wil de mier pakken en ons laten zien, maar meestal blijft er van de mier niet veel meer over als ze tussen zijn vingertjes belanden...


hier hebben de mieren hun nestje, er is steeds veel geloop rondom deze plaats, de mieren komen en verdwijnen weer.


op een grote prent in onze klas kunnen we zien hoe de mieren aan het werk zijn.


Zijn er kriebeldiertjes bij onze zonnebloemen.
Met het vergrootglas gaan we op zoek.



Wout heeft 'de magie van de spiegel' ontdekt.
'hé, ik zie de muur van meester Mladen zijn klas!'
'en ik zie de grond'.


'Ja, juf, kom zien, hier kruipen ook mieren!'


'Ik zie geen diertjes, ik zie de lucht, en ik kijk niet naar boven!'


Opgepast, er staan paddenstoelen, 'niet op stappen, er wonen misschien kabouters in!'
Juf waarschuwt ons dat we er niet mogen aankomen, paddenstoelen kunnen giftig zijn, we moeten eraf blijven.


zoeken naar kriebelbeestjes, Wout geeft zijn spiegel niet meer uit handen.


Op dit grassprietje zijn ook beestjes.



We hebben het lijf van de bij geschilderd, nu gaan we haar zwarte streepjes knippen.



knippen, de duim omhoog, punt weg van jou.
schaar open, papiertje ertussen en schaar dicht.


Als we het strepenjasje geknipt hebben, plakken we het op.




Onze peuters knippen samen met juf met de duoschaar.









                                        Oei, de lieveheersbeestjes zijn een helft van hun schild kwijt.
Geen nood, wij zorgen ervoor dat de lieveheersbeestjes weer compleet zijn!






Mathea telt nog even of het lieveheersbeestje op elke helft evenveel stippen heeft.
'oei, ik was een verstrooide professor, juf'.



Natuurlijk wordt er ook gespeeld, we bouwen met de SmartMax


Oei, dit lieveheersbeestje heeft geen stippen, dan geven wij hem stippen van plasticine.






Wout zoekt op welke insecten we in onze tuin kunnen vinden.


Woensdag hadden we 'huiswerk' gekregen.  Juf stempelde een lieveheersbeestje op onze hand, dat zou er ons helpen aan herinneren om in de tuin lieveheersbeestjes of andere kleine diertjes te zoeken en die dan mee te brengen naar school.

Ella had haar huiswerk plichtbewust gemaakt, zij bracht pissebedden mee naar school.
Wout maakte een studie van de pissebedden.


'ai, mijn kunstwerkje valt!'






We luisteren naar het verhaal van Treesje Lieveheersbeestje, ze leeft in de Tierlantuin.
Treesje is een heel lief lieveheersbeestje, zij luistert heel goed naar haar mama, is lief voor alle diertjes in Tierlantuin, iedereen houdt van Treesje.
Op een dag gaat Treesje per ongeluk op de neus van een heks zitten, de heks vindt dit niet leuk en tovert Treesje om in een lelijk, gemeen, stout lieveheersbeestje.
Niemand vindt dit leuk, mama is verdrietig, de vriendjes zijn verdrietig omdat Treesje een pestkop geworden is.  Als Treesje op een dag met haar gemene vriendjes op stap is, stelen ze de toverstaf van de fee.
Gelukkig heeft de toverstaf een gunstig effect op Treesje en wordt zij opnieuw een lief en aardig lieveheersbeestje.


Wij schilderen Treesje lieveheersbeestje.





we leren het lied van 'Hansje pansje kevertje'.


Onze kleuters zijn één en al aandacht!





Terwijl wij het liedje zingen, mag iemand Hansje laten klimmen.




We helpen elkaar bij het vastmaken van de schort.


Een lieveheersbeestje heeft stippen, die gaan we stempelen.






Onze lieveheersbeestjes kunnen nog niet zien waar ze kruipen of vliegen.
Daar brengen we verandering in, we plakken ogen.







Od laat het lieveheersbeestje kriebelen bij Millie, wat hebben zij plezier!


Onze jongens bekijken de boekjes over de insecten.


Mathea en Ella kijken en luisteren naar het digitale verhaal
'het luie lieveheersbeestje'


Od en Wannes spelen een spel op de KidSmart.


Als we een spelletje spelen op de computer nemen we de zandloper erbij, als de zandloper doorgelopen is, dan is de volgende kleuter aan de beurt.



Wie denkt dat straks het eten op tafel staat en gewoon zijn voeten onder tafel kan schuiven, komt bedrogen uit!
Mathea maakt eten voor zichzelf.


Mathea en Wannes spelen met Hansje Pansje kevertje.



Bij Ella mogen we wel naar de BBQ, maar we moeten nog wachten, het eten is nog niet klaar.


In onze schooltuin staan heel veel netels, zoveel dat de netels onze pompoenen overwoekeren.
We kunnen van de nood maar beter een deugd maken en we gaan netelsoep maken.



Wie een korte broek en blote tenen heeft, doet kousen en laarzen aan.
Netels prikken immers, en ja juf zegt wel dat het goed is tegen de reuma, maar daar hebben wij nu helemaal geen boodschap aan!





Onze handen beschermen we met handschoenen.


ok, hier zijn al die netels.


sommige kindjes beginnen meteen te plukken, anderen wachten liever even af...




We wassen onze netels zorgvuldig, er zit aarde in en hier en daar een beestje, we moeten goed sorteren, want soms hebben we ook gras geplukt, en we gaan netelsoep eten, geen grassoep!

Als we de netels gewassen hebben, prikken ze nog steeds een beetje.
Juf leert ons dat we met de stekels mee moeten strippen, dan prikken de netels niet.
Dat lukt soms, maar af en toe valt het tegen...
Gelukkig zijn wij stoere kerels!




Als alle netels gewassen en gespoeld en uitgelekt zijn, beginnen we aan onze soep.

De ingrediënten, en water, uiteraard, ook nog een snuifje peper.


Het  bouillonblokje willen we wel eens van kortbij bekijken.


Juf schilt de aardappel.


Wij snijden hem in stukjes.
(we proberen hem in stukjes te snijden)







Eindelijk, de groenten hebben eerst even gestoofd, dan gekookt en nu kunnen we proeven!
'Hmmm, juf, lekker!'








'Mag ik nog juf, 't is lekker!'

We zingen het lied 'door de kamer vliegt een vlieg en we laten de vlieg tegen de vliegenvanger vliegen!
Dolle pret!



Nu zit de vlieg op onze vinger, ze vliegt soms vlug, soms traag, ...


De vlieg vliegt niet altijd tegen de vliegenvanger aan, ze vliegt ook wel eens tegen onze neus aan.


of ze vliegen tegen onze mond aan.


of ze vliegt tegen onze buik aan.


Onze bijen hebben al wel vleugels, maar ze kunnen nog niet zien waar ze vliegen, dus krijgen ook onze bijen ogen.






Rover eet kersen van zijn kersenboom.
Juf wil wel eens een kers proeven, want zij vindt dat wel lekker en ja hoor, Rover is een kindje dat meteen deelt.  'Als we de pitten nu eens bijhouden' denkt juf luidop, 'dan kunnen we de pitten planten en wie weet hebben we dan over enkele jaren een kersenbomenbos in Bukadie!'
Dat vinden onze kleutertjes meteen een goed idee.
Rob, de grote broer van Rover zit al in de 2° kleuterklas, maar alle kleuters zijn samen buiten aan het picknicken en Rob stelt meteen voor dat hij zijn pitten bewaart, hij zal ze aan mij geven en dan kunnen we de pitten planten.
Dat is afgesproken, wij hebben kersenpitten.
Juf zal morgen een potje met aarde meebrengen.



Na de speeltijd gaan we turnen met meester Sanne.
De bus brengt ons in de maand juni niet naar 'Ter Bronnen', dus brengt meester Sanne materiaal mee naar Bukadie.
Vandaag gaan we met de bal spelen.
Meester Sanne heeft zo zijn eigen manier om de ballen te verdelen onder de kleuters.


Als afsluiter mogen we nog in de zandbak spelen, en meester Sanne speelt vrolijk met ons mee.


Volgende week is er geen gewone turnles, dinsdag komt meester Sanne niet naar onze school,
hij komt woensdag en dan is het sportdag.
We kijken er al naar uit!

In onze klas hangen 3 mandjes, in het bovenste mandje stoppen we zachte vindmaterialen, in het middelste mandje stoppen we harde vindmaterialen en in het onderste mandje stoppen we de magnetische vindmaterialen.
Od heeft een steentje meegebracht.
'kijk juf, ik heb dit gevonden in mijn tuin, het is hard en ik wil het in het mandje van de harde spullen stoppen'.
Od mag het in het mandje stoppen, maar eerst willen alle kindjes de steen van Od wel eens bekijken.


Juf heeft iets nieuws meegebracht.
'er zit een spiegel in', denkt Wout 'en een wasknijper'
'Waar zie jij een wasknijper?' wil juf weten.
'Daar dat rood, dat is een wasknijper om de was op te hangen'
'neen' schudt Emile het hoofd, maar wat het dan wel is weet hij niet precies.
Ella komt het rode spul eens bekijken.
'dat is geen wasknijper, dat zoiets waarmee we de pilletjes genomen hebben toen we over de dokter leerden, maar ik weet niet meer hoe dat heet'
'een pincet' stelt juf voor
'ja, juf, dat is het, jij kent het woordje nog, een pincet!'
Ja, iedereen is akkoord.
Ella richt zich nog tot Wout: 'het lijkt wel op een wasspeld hoor, Wout, maar het is er geen, maar misschien had je niet zo heel goed gekeken.  't Is niet erg hoor'
Natuurlijk is het niet erg!  Wel grappig om de gesprekjes tussen de kleuters onderling te horen.
Het ding dat een spiegel leek te zijn is geen spiegel, maar een vergrootglas.


'Hier is ook een pincet, maar in een andere kleur.'


Gelukkig heeft juf eraan gedacht om aarde mee te brengen.
We gaan immers kersenpitten planten.


Rover maakt eerst een kuiltje in de aarde en stopt er dan een pitje in.


Om goed te kunnen groeien hebben de pitjes water nodig.
Wij hopen dat er een boom zal groeien!


Woensdag leren we over de paardenbloem.
We hadden er al gezien, maar nu gingen we de paardenbloem van kortbij bekijken.
Eigenlijk is de paardenbloem een geel bolletje, de stengel is groen en de bladeren zijn ook groen.



De bloem verandert na de bloei in pluisjes.
Dat zijn de zaadjes, zij vliegen weg met de wind en dan kunnen er weer nieuwe paardenbloemen groeien.



we proberen de pluisjes weg te blazen.




Millie heeft vooral oog voor de netels, opletten is de boodschap, want netels prikken.


In onze klas stempelen we paardenbloemen met een vork.
Eigenlijk is een vork om te eten, maar 't is wel leuk dat we er ook iets anders kunnen mee doen.














De bloemen zijn gemaakt, nu de stengels nog tekenen.





Najah en Rover willen graag nog eens met hamertje tik spelen.


We hebben al een paardenbloem gestempeld, nu gaan we de paardenbloem in haar pluisjes fase stempelen.
'juf, dit is een borstel om af te wassen, daar mogen we niet mee in de verf!'
'Maar ik heb speciale afwasborstels gekocht, deze mag je wel in de verf doppen, die van mama mag je niet in de verf doppen' is juf haar weerwoord
Er is geen ontkomen aan, we moeten weer werken...











Het was wel een leuk werkje.


We zijn er trots op.


We bekijken samen onze ontdekboeken, misschien kunnen we hier of daar nog wel iets aanvullen.

We leerden over Snoozy, de kanarie, en ja we kunnen  wel wat aanvullen.
Snoozy heeft gele pluimen, en enkele zwarte.



Op de menukaart van Snoozy staat vogelzaad, een zaadstokje en wortelen.
'juf, Snoozy eet ook graag witloof en appel, dan moeten we nog een prentje van witloof en appel plakken.'
Ja, dat is zo en Snoozy eet ook graag sla, dan kunnen we meteen ook een prentje van sla zoeken.


Snoozy heeft pluimen, en pluimen zijn zacht, Ella noteer dit in het ontdekboek.


Je kan Snoozy niet ruiken.


Je kan Snoozy wel horen, hij kan héél hard fluiten!


De olifant is grijs, maar hij kan ook bruin zijn.


We weten nog wel dat de olifant geluid kan maken, toen we in Planckendael waren, zijn enkele kindjes geschrokken van zijn getrompetter, maar hoe dat nu precies gaat, weten we niet meer.
Juf geeft ons de opdracht bij een volgend bezoek aan Planckendael zeker bij de olifanten langs te gaan en goed te luisteren.  Wij vinden dat wel ok, vele kindjes hebben toch een abonnement, maar we hoeven echt zo lang niet te wachten.  'je kan toch op de compijoeter zoeken, juf' 
Ach ja, daar had onze antieke juf niet aan gedacht...
't Is toch gelukt, we hebben het geluid van de olifant beluisterd op de computer.


Mathea kan -met een roze stift- aanduiden dat de olifant geluid maakt.


We hebben het een en ander geleerd over de olifant door met elkaar te praten, in een boek over olifanten te kijken, we hebben soms ook iets opgezocht op de computer en we hebben foto's bekeken.
onze kleutertjes vinden dat Artur het vergrootglas niet kan aanduiden, 'we hadden toch geen vergrootglas meegenomen naar Planckendael, en de olifant kan niet in een onderzoekspotje, want de olifant is te groot!'
'Ja, maar, we hebben de olifant toch kunnen bekijken, in het echt.'
'maar hij zat wel in zijn kot' zegt Mathea, 'we konden hem niet pakken.'
En dan gebeurt er iets wat we eigenlijk niet verwacht hadden: onze juf argumenteert niet meer, ze legt zich neer bij onze beslissing.
(ze zal toch niet ziek zijn...?)



Een moderne vrouw, onze Ella, de gsm bij de hand.



Wannes en Wout maken de winkel klaar voor opening.


Emile en Cas spelen in de zandbak.


Juf heeft deze lap meegebracht, ze zegt niet meteen wat het voorstelt.
We komen er al snel achter dat het groene gras is en het blauwe is de lucht.


Dit zijn allemaal insecten, sommige insecten kruipen en sommige insecten vliegen, dat had Wout ons eerder deze week al verteld.


Wij bekijken de insecten, de beestjes die vliegen plakken we in de lucht, de beestjes die kruipen plakken we in het gras.

'De vlinder vliegt, die moet in de lucht, juf' weet Cas.


'Dit is een bij, pas op voor je vinger, want ze kan prikken...' grapt Wannes.


'ik heb een spin, maar het is geen echte'


de spin kan niet vliegen, dus zet Od de spin in het gras.


'dit is een bloem, juf, die kan niet vliegen en ook niet kruipen, want dat is geen dier'
Juf heeft het niet meteen door, en wil weten wat het dan wel is.
'een bloem is toch een plant juf, bloemen staan in de tuin, op de grond'  Wannes heeft meteen voor duidelijkheid gezorgd.


Millie heeft een lieveheersbeestje, dat is een moeilijke...
'het lieveheersbeestje kan vliegen, kijk maar het heeft vleugels' vertelt Millie ons.
'Ja,' helpt Wout 'maar een lieveheersbeestje kan ook kruipen' 
Dat is zo, hoe moeten we dit dan oplossen.
'we kunnen het tussen de 2 zetten, een beetje op het gras, en een beetje in de lucht'
Juf had niet verwacht dat we op dit idee zouden komen, leuk dat we onze juf nog steeds kunnen verbazen.



Zo, alles heeft zijn plekje gevonden!


We hebben lieveheersbeestjes zonder stippen, toevallig hebben we ook een dobbelsteen tot 4 en een potje met stippen.

We rollen de dobbelsteen en tellen hoeveel stippen er bovenaan liggen.


We nemen evenveel stippen.


en geven het lieveheersbeestje stippen.





Ella heeft het meeste stippen verzameld.
'ik heb er veel juf!'


onze spoorbouwers proberen compromissen te sluiten.


Wannes is een goed, sportief onderhandelaar.
'goed gevonden, Mathea, dat is een leuk idee' vindt Wannes.
Wat dat goed idee nu precies is, weet juf niet en ze stoort ook niet, het zo leuk als de kindjes samenspelen en overleggen en proberen overeen te komen.


Wout wil graag het spel met de vliegende en kruipende insecten nog eens spelen.
Natuurlijk mag dat.


Od houdt een oogje in het zeil.
Zij bespreken samen de kriebelbeestjes en leggen ze op de juiste plaats.


Kersen kunnen we nog niet eten, onze boom is nog niet gegroeid.
Zouden we na het weekend al een scheutje zien?




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen